Michiel de Nooij

Economisch Onderzoek en Advies

Wat kost zo’n stroomstoring nou eigenlijk?

Gisteren was er een stroomonderbreking in Amsterdam en omgeving (360.000 aansluitingen minstens twee uur geen stroom). Een van de gevolgen is een leuk interview in een artikel van FTM.nl over de kosten van deze stroomonderbreking. Volgens mij vallen de kosten van deze stroomonderbreking best mee, je kan in ieder geval op basis van dit soort zeldzame onderbrekingen niet concluderen dat we meer geld aan leveringszekerheid moeten uitgeven.

De magische multiplier bij de economische evaluatie van sportevenementen

Net een hartstochtelijk (en hopelijk goed) verhaal op SportknowhowXL geschreven over de magische multiplier tussen extra bestedingen en extra economische welvaart bij sportevenementen, zoals het EK atletiek. De multiplier is vaak niet te zien en zorgt ervoor dat het belang van bestedingen flink wordt overschat. En de echte magie van sportevenementen (de beleving, het plezier de ervaring) blijft bij evaluaties buiten beeld.

Ik hoop op minder onderzoek maar beter onderzoek.

5 juli 2016

Net verschenen: Dam tot damloop

Net verschenen: ons TPEdigitaal artikel over de maatschappelijke en economische waarde van de Dam tot damloop! De maatschappelijke waarde is flink groter dan de economische waarde! Met een mooie vergelijking van economische impact analyse en maatschappelijke kosten-batenanalyse, nuttige waarderingen van niet-marktgoederen, en een goede gevoeligheidsanalyse van de multiplier van bestedingen. Kortom, ik ben er erg blij mee! Ik hoop deze lessen ook bij andere evenementen of vormen van beleid te mogen toepassen en vertel erg graag meer over.

Michiel de Nooij en Peter Horsselenberg (2016) Dam tot Damloop 2013: meer maatschappelijke dan economische waarde. TPEdigitaal 2016 jaargang 10(1) pagina 88-102. 

Op 22 september 2015 meldt het AD: '100 miljoen euro nodig voor halvering stroomstoringen'. Een bericht dat ik niet begrijp.

Volgens het bericht wil de Autoriteit Consument en Markt (ACM) dat hoogspanningsnetbeheerder TenneT zeven investeringen van in totaal €100 miljoen doet. Daarmee zou het aantal uren dat gezinnen en bedrijven jaarlijks zonder stroom zitten dalen van 4 naar 2 miljoen. De ACM adviseert de minister van Economische Zaken dat bedrag uit te trekken. Aan de andere kant ziet TenneT die investering niet zitten. 

Omdat ik de onderbouwing van dit advies van ACM niet kon vinden, ben ik zelf aan het rekenen geslagen. De kern van de berekening gaat om de jaarlijks vermeden kosten van stroomonderbrekingen als het stroomnet zoveel robuuster wordt. Als eerste reken ik daarvoor de kosten van een uur stroomonderbrekingen uit, daarna ga ik in op de verandering van de duur van de onderbrekingen.

In het verleden heb ik schattingen gemaakt van de waarde van een uur stroomuitval. De totale toegevoegde waarde en vrije tijd in Nederland per jaar is €783,4 miljard (waarde voor 2002, bron: De Nooij e.a. 2007, Optimal black outs, Energy Economics). De schade per uur (delen door 365 maal 24) is dan €89,4 miljoen. Gecorrigeerd voor 13 jaar economische groei en inflatie (geschat op respectievelijk 2 en 1 % per jaar, totaal 45%) is de schade per uur stroomonderbreking als iedereen wordt onderbroken €129,7 miljoen per uur in 2015.

Nederland heeft ongeveer 9 miljoen aansluitingen (7,5 miljoen huishoudens en 1,5 miljoen bedrijven; bron: CBS, aanname huishoudens en bedrijven hebben ieder een aansluiting).

Het gemiddelde aantal minuten dat een klant in Nederland geen stroom heeft gehad is 26,7 minuten per jaar (gemiddelde over 2009-2013). Met 2014 erbij zou het gemiddelde dalen. (Bron: Movares, 2015, Betrouwbaarheid van elektriciteitsnetten in Nederland. Resultaten 2014)

Het totaal aantal onderbrekingsuren is dan: gemiddelde uitvalduur (26,7 minuten) maal het aantal aansluitingen (9 miljoen) gedeeld door 60 minuten, geeft 4,005 miljoen onderbrekingsuren. Het aantal dat het AD in haar bericht aanhaalt (!).

De schade daarvan is de schade per uur onderbreking als iedereen onderbroken is (€129.7 miljoen) maal de gemiddelde onderbrekingsduur in uren (26.7 gedeeld door 60): €57,7 miljoen.

Een halvering die de ACM nastreeft levert dan per jaar €28,9 miljoen op. Dan is €100 miljoen investeren al snel rendabel.

Nu gaat TenneT alleen over de hoogspanningsnetten. Deze zorgen maar voor een klein deel van de stroomonderbrekingen. Gemiddeld is de jaarlijkse uitvalduur van het hoogspanningsnet en extrahoogspanningsnet (alles van 35 kV en hoger) 3,3 minuten. TenneT gaat alleen over 110 kV en hoger. Dus dit is een (kleine) overschatting. (Voor de volledigheid: van de 26,7 minuten onderbreking komen 17,3 en 6,2 minuten uit midden en laagspanning.)

Als de investering van TenneT haar netten robuuster maakt zodat de helft van deze onderbrekingen worden voorkomen, dan scheelt dit de maatschappij 3,3 maal 0,5 gedeeld door 60 minuten onderbreking, gewaardeerd tegen €129,7 miljoen is de vermeden schade €3,6 miljoen per jaar. Dan is €100 miljoen geen aantrekkelijke investering.

Kortom: als ik het nieuwsbericht goed begrijp dan is de ACM uitgegaan van een reductie van alle stroomonderbrekingen, terwijl alleen in het hoogspanningsnet wordt geïnvesteerd. Dan lijkt de investering rendabel, maar is het niet. Als alleen de onderbrekingen uit het hoogspanningsnet halveren dan is de investering niet aantrekkelijk, zoals TenneT aangeeft.

Is dit waar de berekening van ACM mank gaat of zit er meer achter?

Ik blijf geïnteresseerd in de onderbouwing.

23 september 2015



Gestart als zelfstandige

Per februari 2015 werk ik als zelfstandige onder de naam Michiel de Nooij Economisch Onderzoek en Advies. 

Ik wil met mijn onderzoekservaring graag opdrachtgevers van dienst zijn. 

Qua onderwerpen ligt mijn focus met name op mijn vier expertisegebieden: maatschappelijke kosten-batenanalyses, regulering, energie en economie, en sport en economie. 

De vorm van het onderzoek en advies zullen aansluiten bij het probleem van de opdrachtgever. Het kan gaan om meedenken over nut en noodzaak van een onderzoek, nadenken over opzet, uitvoering, presentatie en second opinions. Ook de vorm waarin de resultaten gepresenteerd worden hangt af van de wensen van de opdrachtgever. 

Daarnaast ben ik ook beschikbaar voor het overdragen van mijn onderzoekservaring via onderwijs en trainingen. 

februari 2015